Wanneer hulpverlening tekortschiet – de onzichtbare hertraumatisering
- Katarzyna Litwin
- 6 jan
- 3 minuten om te lezen

Professionele reflectie
Een van de grootste risico’s binnen het sociaal domein is het gebrek aan kennis over narcistisch misbruik.
Wanneer hulpverleners narcisme enkel zien als een ‘persoonlijkheidskenmerk’ of als ‘moeilijk gedrag’, missen ze de dynamiek van macht en controle die slachtoffers jarenlang hebben ondergaan.
Tijdens gesprekken of mediation wordt vaak onbewust meer geloof gehecht aan degene die zelfverzekerd, kalm en coherent overkomt.
De overlever daarentegen verschijnt vaak gespannen, emotioneel of onzeker.
Ze twijfelt aan haar eigen waarneming, heeft moeite om lineair te vertellen, en zoekt bevestiging:
“Is het echt zo erg geweest?”
Hulpverleners, niet getraind in deze dynamiek, interpreteren dit gedrag ten onrechte als instabiliteit of overdrijving.
Daardoor ontstaat secundaire victimisatie: het slachtoffer wordt opnieuw niet geloofd, opnieuw ontkend.
Narcisten beheersen het publieke spel feilloos.
Ze weten hoe ze zich moeten presenteren: kalm, charmant, rationeel.
Ze gebruiken subtiele taal, kleine gebaren of ‘inside jokes’ die enkel bedoeld zijn om het slachtoffer te destabiliseren.
De buitenwereld ziet niets, maar de overlever voelt alles.
Het resultaat?
De overlever lijkt onredelijk of labiel — precies wat de narcist beoogt.
Persoonlijke reflectie
Ik heb dit zelf meegemaakt.
Ik kwam naar gesprekken met maatschappelijk werkers vol twijfel, zoekend naar erkenning.
Ik was bang, uitgeput en onzeker.
Hij daarentegen zat ontspannen, met rechte rug, zelfverzekerde toon, en zonder enige twijfel in zijn stem.
Hij gebruikte precies de woorden die maatschappelijk werkers wilden horen.
Hij wist zelfs hoe hij mijn emoties kon triggeren, zonder dat iemand het zag.
Een zucht, een blik, een subtiele zin die alleen ik begreep.
Ik voelde de paniek opkomen, mijn hartslag versnelde, mijn stem trilde — en ik wist dat ik op dat moment verloren had.
Niet omdat ik ongelijk had, maar omdat het leek alsof ík de emotioneel onstabiele was.
Dat is waarom zoveel overlevers zich uiteindelijk terugtrekken uit hulpverlening: omdat ze opnieuw niet worden gezien.
En ik zeg dat met nadruk: het moment dat een slachtoffer opnieuw niet wordt geloofd, is een hertraumatisering.
Daarom pleit ik voor meer training binnen het sociaal domein — niet alleen in signalering, maar vooral in herkenning van machtsdynamieken en in het begrijpen van trauma-responsen.
Wie werkelijk wil helpen, moet niet alleen luisteren naar woorden, maar ook leren horen wat er achter stilte schuilgaat.
Epiloog – gezien worden is genezen
Wat ik in deze fase van mijn leven heb geleerd, is dat het niet het systeem is dat geneest, maar de mens die jou werkelijk ziet.
Hulpverlening die werkt met standaardmodellen, sablonen, of zogenaamde 'conflictschema’s', mist de essentie van wat er werkelijk gebeurt.
Ze meten gedrag aan theoretische kaders, niet aan beleving.
Ze proberen patronen te passen in vakjes, terwijl trauma juist uit de vakjes valt.
Wie een narcistische relatie heeft overleefd, leeft in een realiteit die moeilijk uit te leggen is.
Daarom doet het zoveel pijn wanneer ook de hulpverlener zegt:
“Het hoort bij een scheiding.”
Of: “Jullie moeten allebei leren communiceren.”
Nee. Dit is geen dans van twee mensen die elkaar niet begrijpen.
Dit is één iemand die controle wil houden, en één iemand die probeert te overleven.
Ik weet nog dat één maatschappelijk werker tegen mij zei:
“Ik geloof je. En ik zie je niet als waardeloze of gekke persoon.”
Dat was het moment dat iets in mij brak, maar ook begon te helen.
Omdat iemand eindelijk niet mijn gedrag analyseerde, maar mijn pijn herkende.
Ze zag mijn kracht, zelfs toen ik die zelf niet meer voelde.
En dat is wat ik met dit boek wil doen:
anderen helpen die kracht in zichzelf weer te zien.
Want als iemand zegt “ik geloof je”,
begin je langzaam ook jezelf weer te geloven.
---
Auteur: Katarzyna Litwin



Opmerkingen